Search
img2
img3
img5

Groep 1/2

Kleuters ontwikkelen zich in hun eigen tempo; de een is sneller dan de ander. Het ene kind zal aan het eind van groep 1 dus meer kunnen en geleerd hebben dan het ander, maar dat geeft niet. Kleuters maken vaak flinke sprongen in hun ontwikkeling, waardoor het beeld een paar maanden later al weer heel anders kan zijn.

Taal is de basis voor al het andere leren. Het stimuleren van een goede taalontwikkeling is dan ook het centrale doel van de kleuterperiode. Door voorlezen, kringgesprekken, oefeningen voor de woordenschat, rijmspelletjes, diverse andere taal en letterspelletjes bouwt het kind een steeds groter taalinzicht op. Na de herfstvakantie staat in groep2 elke week een letter centraal, waarmee vele oefeningen gedaan worden. Aan het eind van groep 2 kennen de kinderen ongeveer 15 letters.

Rekenen in groep 1 is vooral tellen. Veel kleuters kunnen al vrij aardig van 1 tot 10 tellen, maar de telwoorden hebben verder nog amper betekenis voor hen. Om tot getalbegrip te komen gebruiken we diverse oefeningen en materialen. Aan het eind van groep 1 kan een kind tellen t/m 7 en terug; in groep 2 tot 20 en terug. Ook worden ze dan vertrouwd gemaakt met hoeveelheidsbegrippen: erbij, eraf; meer, minder en begrippen die te maken hebben met lengte en gewicht. Ook oefeningen met sorteren en ordenen komen aan bod (links-rechts, voorzetsels) en natuurlijk de vormen vierkant, rechthoek, cirkel, driehoek. Het ruimtelijk inzicht oefenen we door puzzels en bouwmaterialen. Ook techniek komt aan bod.

Sociaal-emotionele ontwikkeling is zeer belangrijk. Door middel van  Kanjertraining leren de kinderen hoe je met elkaar omgaat; wat doe je als je geplaagd wordt of als je heel boos wordt en hoe maak je iets kenbaar aan elkaar. Ook moeten de kinderen een bepaalde mate van zelfstandigheid krijgen en zich leren concentreren. Ze moeten leren kleine problemen zelf op te lossen en zich kunnen afsluiten voor prikkels  bij het maken van een opdracht.

Maar het allermeest leert een kleuter door middel van spel en ervaringen opdoen. Hij/zij ervaart hoeveelheden, vormen, aantallen, emoties enz. door SPELEN met elkaar en met ontwikkelingsmateriaal.